Runnersknee

Runnersknee wordt veroorzaakt door overbelasting van de ‘Tractus Iliotibialis’, een peesplaat die aan de buitenzijde van het bovenbeen loopt. Deze aandoening wordt ook wel ‘lopersknie’ genoemd. Door de overbelasting gaat de pees ‘aanlopen’ tegen een benig uitsteeksel, waardoor pijn ontstaat. Deze pijn treedt meestal op na een bepaalde tijd van hardlopen en verdwijnt vaak snel weer na het stoppen met de inspanning.

Symptomen

De klachten bestaan uit een zeurende of stekende pijn aan de buitenkant van de knie, die kan uitstralen naar de knieholte en de buitenzijde van het onderbeen. Er zijn drie stadia te onderscheiden: bij stadium I ontstaat de pijn na de inspanning, bij stadium II ontstaat de pijn tijdens de inspanning en bij stadium III is de pijn constant aanwezig en is trainen niet meer mogelijk.

Oorzaken

Er kunnen verschillende oorzaken ten grondslag liggen aan het ontstaan van een runnersknee:

  • Onvoldoende of geen warming-up.
  • Verkorte of stijve spieren, waardoor rekoefeningen van de buitenzijde van het bovenbeen belangrijk zijn.
  • Te veel, te vaak of te snel hardlopen in een korte tijd, vooral aan het begin van het seizoen of na een blessure.
  • Eenzijdige trainingsvormen, zoals heuveltraining of sprongkrachttraining.
  • Op schuin aflopende weggetjes steeds aan dezelfde kant lopen.
  • Schoenen met een afgesleten of ingezakte buitenzijde van de hak.

Hardlopers zijn extra kwetsbaar voor het ontstaan van een runnersknee als er sprake is van:

  • Verkorte spieren aan de buitenzijde van het bovenbeen.
  • ‘O-benen’.
  • Een naar buiten gekanteld hielbeen.

Wat kunt u er zelf aan doen om deze klachten te voorkomen?

Om het ontstaan van een runnersknee te voorkomen zijn de volgende adviezen van belang:

  • Warming-up – besteed hier minimaal 10 minuten aan voordat u gaat hardlopen.
  • Goede trainingsopbouw – bouw de trainingsbelasting geleidelijk op en wissel op schuin aflopende weggetjes regelmatig van looprichting.
  • Sportschoenen – zorg voor schoenen zonder afgesleten hak en met de juiste pronatie-ondersteuning; bij een beenlengteverschil van meer dan 1 cm kan een zooltje uitkomst bieden.
  • Cooling-down – loop na de training nog 5 minuten rustig uit en doe aansluitend rekoefeningen.

Wat kunt u er doen als deze blessure (toch) is ontstaan?

  • Pas de training aan – ga aangepast trainen en kies eventueel voor alternatieve trainingsvormen zoals fietsen of aqua joggen.
  • Koelen – koel de knie 10 tot 15 minuten met ijs na het trainen, 3 tot 5 keer per dag, en leg altijd een theedoek tussen het ijs en de huid.

Behandeling van de fysiotherapeut

De fysiotherapeut kan het herstel bevorderen door middel van diepe dwarse fricties en massage van de omliggende spieren, dry needling en kinesiotaping. Daarnaast wordt een aangepast trainingsschema opgesteld en wordt aandacht besteed aan het rekken van de peesplaat.

← Terug naar overige klachten